Vleermuizen

De vleermuis
Grootoorvleermuis
Je vindt de vleermuis misschien een angstaanjagend en vreemd beestje, maar het is wel een bijzonder dier. Vleermuizen kunnen namelijk heel goed vliegen in het donker. De vleermuis ziet slecht in het donker maar hoort des te beter; hij heeft een soort sonar. Hij schreeuwt een serie van hele harde, erg hoge piepjes, die voor mensenoren niet te horen zijn. Hij luistert naar de echo en “ziet” zo zijn omgeving. Ook weet hij of een insect in de buurt is en hoe groot het is. Dit heet echolocatie.Vleermuizen kunnen dus vliegen, maar het zijn wel zoogdieren. Net als alle zoogdieren hebben zij een harige vacht. Ze leggen geen eieren, maar baren hun jongen. Het vrouwtje zoogt haar jongen. Ook hebben ze eerst melktanden en pas later hun echte gebit.

Voedsel
Vleermuizen zijn insecteneters. Ze eten insecten die ze in hun vlucht vangen, tussen de planten of op de grond. Sommigen eten ook spinnen en andere kleine beestjes. Het zijn zeer goede vliegers, die in de lucht snel kunnen wenden en plotseling kunnen duiken. Ze vangen insecten in hun bek of houden ze in hun staartvlies dat ze als net gebruiken.

Winter
In de winter kunnen vleermuizen niet genoeg voedsel vinden om hun temperatuur op peil te houden. Zij houden een winterslaap om de winter door te komen. Hiervoor moeten zij in de nazomer en herfst veel eten om een vetlaagje op te bouwen. Wanneer het buiten te koud wordt, zoeken de vleermuizen een goed plekje (een winterkwartier) en gaan ze het heel rustig aan doen. Het lichaam wordt niet langer warm gehouden, maar neemt de temperatuur van de omgeving aan. Die is meestal 30 graden lager. Alle lichaamsfuncties worden op een heel laag pitje gezet. Hoe lager de temperatuur, hoe zuiniger het verbruik van energie. Maar het moet wel vorstvrij zijn, want bevriezen betekent doodgaan. Soms wordt de gekozen winterverblijfplaats te koud of vindt er verstoring plaats door ongewenst bezoek. De vleermuis krijgt dan een signaal om wakker te worden en een veiliger plek te zoeken. Om te kunnen vliegen moet het lichaam worden opgewarmd, wat net zoveel energie kost als een aantal dagen winterslaap. Als dit te vaak gebeurt, verspeelt de vleermuis zoveel reserve dat hij het einde van de winter niet haalt. Daarom zijn veilige winterkwartieren met het juiste klimaat en zonder verstoring van groot belang. Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen beheren een aantal van zulke winterkwartieren. De vleermuizen hierin worden jaarlijks geteld door leden van de Vleermuiswerkgroep Gelderland. Deze winterkwartieren bieden onderdak aan ongeveer tien procent van de vleermuizen die in heel Gelderland in winterverblijven worden geteld.

Ondergronds
Vijf soorten vleermuizen houden hun winterslaap in ondergrondse ruimten zoals kelders, forten of bunkers. Dat zijn de baardvleermuis, franjestaart, watervleermuis, groepje hangende Watervleermuizengrootoorvleermuis en de meervleermuis. De meervleermuis komt wel vrij veel in Gelderland voor, maar is alleen bij Arnhem in ondergrondse winterkwartieren gevonden. Heel anders overwintert de rosse vleermuis, die zomer en winter in boomholten woont. Twee andere soorten zijn de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. Zij wonen het hele jaar in gebouwen. De ruige dwergvleermuis tot slot woont in de zomer in boomholten, maar in de winter is hij moeilijk te vinden. Deze soort trekt over grote afstanden naar Oost-Europa om te overwinteren.

Bijzonder zijn de kelders van kasteel Nederhemert in het Zuid-Westen van Gelderland. In 1959 zijn daar werkzaamheden uitgevoerd om de kelders geschikter te maken voor het overwinteren van vleermuizen. Nederhemert is daarmee het oudste reservaat voor overwinterende vleermuizen. Tijdens de restauratie van de gewelvenkelder is speciaal rekening gehouden met de vleermuizen.

Herstel ijskelders
ijskelder huis Warnsborn
Veel kastelen en buitenhuizen hadden vroeger ijskelders. Deze kelders lagen onder de grond in de tuin. Men bewaarde er grote ijsblokken die uit de dichtgevroren gracht of rivier waren gezaagd. Omdat de muren van de kelders heel dik waren, smolt het ijs zo langzaam dat je zelfs in de zomer nog ijs had! Nu hebben we ijskasten en daarom worden de ijskeldeers niet meer gebruikt als koelkast. De ijskelders worden nu vaak door vleermuizen bewoond. Toen de ijskelder van huis de Voorst in Eefde aan het eind van de jaren zeventig instortte, nam het aantal vleermuizen heel sterk af. Na restauratie in 1992 stegen de aantallen weer. Er overwinteren nu opvallend veel franjestaarten. Andere ijskelders kwamen pas voor vleermuizen beschikbaar, nadat zij door Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen werden hersteld. Zo werd in de ijskelder van huis Warnsborn in Arnhem een exemplaar aangetroffen van de zeer zeldzame vale vleermuis. De ijskelder van kasteel Hoekelum in Bennekom heeft een dubbele wand die wel toegankelijk is voor vleermuizen, maar waarin zij voor de vleermuisonderzoeker onzichtbaar zijn. We weten dus niet hoeveel en welke vleermuizen daar zitten.

Bron: Vleermuiswerkgroep Gelderland, tijdschrift Gelders Landschap, winter 2000

Meer info over vleermuizen:

  1. Vleermuizen in Nederland, vleermuizen in huis, vleermuis gevonden, bescherming, onderzoek en monitoring, landelijke telavond, werkgroepen