|
Het Edelhert
Het edelhert is het grootst levende zoogdier dat
in ons land leeft. Het komt al sinds de prehistorie in Nederland voor. Van oorsprong leefde hij op open vlakten, maar door menselijke verstoring is het tegenwoordig vooral een bosbewoner geworden.
Voortplanting Het edelhert is een sociaal dier. Het grootste deel van het jaar leven de mannetjes in roedels (kuddes). In september verlaten de mannetjes de roedels en gaan op zoek naar vrouwtjes
(hinden). Je kunt ze dan horen burlen (loeien). Een hert probeert een harem (groep hinden) te vormen. Daarvoor moet hij wel een flink gevecht
voeren met andere mannetjes. Herten die een jaar of acht zijn, kunnen een harem vormen van 10 tot 20 hinden. Als een hinde wil paren, brengt zij een speciale geur voort. Het mannetje wordt door deze geur
aangetrokken. Hij achtervolgt de hinde en besnuffelt haar van alle kanten.
De hinde heeft een draagtijd van acht en een halve maand. In het voorjaar werpt zij haar kalfje. Het kalfje ligt over overdag meestal te rusten en te herkauwen. Zijn gevlekte, bruine vacht vormt een goede
camouflage (schutkleur). De kleuren zijn hetzelfde als zijn omgeving. Daardoor valt hij niet op. Het kalf blijft twee jaar bij de moeder, zodat je vaak een hinde ziet met een éénjarig dier en een klein kalf.
Voedsel
In de avondschemering gaan edelherten naar de open velden en grazen heel de nacht door. Behalve gras eten ze kruiden, blad van loofbomen, schors, eikels en beukennoten. In de winter eten ze ook heide en
dennennaalden. Overdag liggen ze op een rustige, beschutte plek te herkauwen.
Kenmerken Een edelhert weegt maximaal 225 kilo met een schouderhoogte tot anderhalve meter. Hij kan ongeveer twee meter lang zijn. Een hinde is iets kleiner en heeft
een gewicht van maximaal 125 kilo. In de winter is de vacht roodbruin, in de zomer lichtbruin tot grijs. Hij wordt ongeveer 16 jaar oud. Het reukorgaan van het
hert is goed ontwikkeld. Dat is van groot belang bij het vinden van hinden. Maar ook voor het zoeken van voedsel en het ontdekken van vijanden.
Het gewei Het hert heeft een gewei, een hinde niet. Het gewei wordt elk jaar afgeworpen in het vroege voorjaar. Daarna groeit er in vier maanden tijd weer een nieuw gewei, dat ieder
jaar groter wordt. Het kan tien kilo wegen. Het hert gebruikt het gewei om te imponeren (indruk maken) en soms om mee te vechten. Als het gewei tijdens de groei beschadigt,
is dat niet erg. Het gewei zal volgend jaar weer normaal groeien. In augustus is het gewei volgroeid, de bast (vel) jeukt dan ontzettend. Het hert gaat het gewei vegen
(schuren) om de bast te verwijderen. Hij heeft zijn ogen dicht van genot, zo lekker vindt hij het. Nadat de bast helemaal verwijderd is, is het gewei gevoelloos.
Meer informatie over het edelhert
- Edelhert, algemeen, zijn bouw, kringloop, familieleden, bedreiging en bescherming
- Edelhert, biotoop, voortplanting, voedsel, gedrag, kenmerken, aantallen
|